|
Heel wat kinderen hebben op enig moment
moeite met rekenen of later, op de middelbare school, met
wiskunde. Werken met formules en procedures ziet er niet
voor iedereen even logisch uit en op de basisschool leveren
optel en aftreksommen tot 100 zo de nodige problemen op.
Toch verkrijgen de meeste mensen uiteindelijk zodanig
rekenkundig inzicht dat eenvoudige berekeningen
probleemloos uitgevoerd worden, inschattingen van bepaalde
kosten vanzelf kunnen worden gedaan, ruimtelijke structuren
herkend worden.
Omschrijving van dyscalculie
Dit geldt voor de meeste mensen, maar
niet voor iedereen. Als er sprake is van dyscalculie blijft
ook op eenvoudig niveau het rekenen een hele klus. Bij een
verder normaal ontwikkelde intelligentie blijft ruimtelijk
denken en ruimtelijk inzicht niet of nauwelijks aanwezig.
Uitkomsten van berekeningen vormen geen logische conclusie,
maar slechts het eindproduct van een serie handelingen. Zo
kan de uitkomst van een aftreksom hoger zijn dan het
begingetal, zonder dat het kind met dyscalculie dit
onlogisch of vreemd vindt. Structuren binnen het
honderdveld, waarbij 41 uiteraard meer is dan 14 worden
niet automatisch herkend. Ergens 9 bijtellen kan ook door
er 10 bij te doen en weer 1 af te halen, maar als je
dyscalculie hebt ontbreekt inzicht in een dergelijk
logische stap.
Symptomen van dyscalculie
De eerste signalen van een mogelijke
dyscalculie dienen zich aan in de kleuterperiode. Kleuters
ontwikkelen spelenderwijs gevoel voor hoeveelheden,
begrippen als meer, minder, evenveel, eerlijk verdelen. Als
er sprake is van dyscalculie blijft deze begripsvorming
achter vergeleken bij de talige ontwikkeling. Later dienen
zich vooral rekenproblemen aan, terwijl het onthouden van
begrippen en het tellen geen moeite kosten. In groep 4, als
er bewerkingen tot 100 uitgevoerd moeten worden vallen deze
kinderen duidelijk uit. Onderkenning van deze problematiek
middels een psychologisch onderzoek is dan zeker op zijn
plaats.
|
|
Het aantonen van dyscaluclie
Binnen een onderzoek naar dyscalculie
wordt intelligentie gemeten, onderzoek naar het niveau van
de rekenvaardigheid gedaan en worden vaardigheden in kaart
gebracht die ten grondslag liggen aan het ontwikkelen van
rekenvaardigheid. Binnen het intelligentieonderzoek
wordt aandacht geschonken aan verschillen tussen enerzijds
taalvaardigheid en anderzijds het ruimtelijk inzicht. Als
er sprake is van dyscalculie kan het kind met behulp van
een aangepaste benadering van het rekenonderwijs de nodige
rekenvaardigheid ontwikkelen. Vooral bij een wat mildere
vorm van dyscalculie kan zich enig ruimtelijk inzicht
ontwikkelen, overigens niet als gevolg van bepaalde
behandelingen of aangepast rekenonderwijs. Onderkenning van
deze problematiek op jonge leeftijd voorkomt het
ontwikkelen van faalangst met daarbij eventueel gevoelens
van dom zijn.
Faciliteiten voor dyscalculie
Ook binnen het voortgezet onderwijs kan
met behulp van een aangepaste didactiek (wijze van
lesgeven) veel leed worden voorkomen. Inzicht in wiskunde,
natuurkunde of economie zal niet ontstaan, maar kinderen
kunnen door het volgen van vaste procedures wel tot het
oplossen van vraagstukken komen. Zo kunnen ze zich binnen
het geboden onderwijs op het niveau dat bij hun verdere
ontwikkeling past goed staande houden.
Gerien van der Stam
GZ-Psycholoog (NIP)
|