Soms spreek ik te snel
Ik denk evenwel
Dat men mij niet hoort
Mijn ziel raakt doorboord
Van spijt om het woord
Ondoordacht al geuit
Ik voel mijn diepste ruit
Aan scherven gaan
Spijt en een traan
Maar jij vlakt het uit
Maakt een matglazen ruit
Gummetje van mijn leven
Geheel met mij verweven
Gerien