Boos met je billen

“Tja, ik heb een afspraak gemaakt met u, maar misschien moet ik helemaal niet bij u zijn”. Ik merk dat dit het begin wordt van een moeilijk gesprek. De moeder die bij me zit heeft een probleem waar ze niet gemakkelijk over praat. “Over wie gaat het?”, help ik haar op weg. “Over Erik, ons zoontje, hij doet het nog in zijn broek”. Het hoge woord is er uit en moeder kleurt wat. “Hoe oud is Erik”, vraag ik verder. “Tien”, klinkt het zacht­jes en er drupt een traan langs haar wang. “Het is zo vies en hij blijft het maar doen”. “Ik heb alles geprobeerd: boos wor­den, met hem praten, hem zelf laten opruimen, ik heb hem zelfs een keer onder de koude douche gezet”. “Daar heb ik heel veel spijt van, maar ik weet het niet meer en ik schaam me zo”. Ik kan haar gevoel van schaamte en radeloosheid best begrijpen. Dit is een probleem waar je niet zomaar met vrienden en buren over praat, maar het komt misschien vaker voor dan je denkt.

 

Ik vervolg ons gesprek met de vraag of ze met Erik naar de huisarts is geweest. Ja, en die heeft haar zelfs verwezen naar de kinderarts, maar er is medisch niets aan de hand. Dan kan ik haar verzekeren dat ze bij mij aan het juiste adres is. Erik heeft waarschijnlijk een probleem dat zo onoplosbaar voor hem is, dat dit de enige manier is om al zijn boosheid een beetje kwijt te raken. Moeder is opgelucht dat ik met Erik aan het werk ga. 

Erik blijkt een klein tenger jongetje te zijn, dat niet precies weet waarom hij bij mij moet komen. Oké hij heeft wel eens een klein beetje poep in zijn broek, maar dat is per ongeluk. Hij vergeet om naar de wc te gaan en hij merkt niet dat het in zijn broek komt. Het gaat ook al steeds beter, en proble­men?..... Ja, toch wel!

 

Erik wil graag groot en flink en vooral heel sterk zijn. In gedachten kan hij alles en iedereen aan. Als iemand hem schopt of slaat doet hij het dubbele terug; ze kijken wel uit om hem aan te pakken. In werkelijk­heid doet Erik helemaal niets; hij is een heel bang verlegen jongetje dat regelmatig door anderen wordt gepest.

 

Hij praat hier thuis nooit over, omdat hij zelf de werkelijkheid niet onder ogen kan zien. Elke keer als hij niet kan doen wat hij eigen­lijk zou willen is hij teleurgesteld en vooral heel boos, maar dat laat hij niet merken. Met behulp van speltherapie leert Erik zichzelf stukje bij beetje kennen en waarderen, zodat hij niet langer boos hoeft te zijn met zijn billen. Hij leert ook om zich beter te verwe­ren, voor zichzelf op te komen en als dat nodig is de hulp van een volwassene in te roepen. Als ik Erik voor het laatst zie is het een klein, tenger maar tevreden jongetje, dat gewoon naar de wc gaat. En daar is zijn moeder heel blij mee.

Gerien van der Stam
GZ-Psycholoog (NIP)