|
“Aan tafel
allemaal!” Terwijl moeder met een schaal
zelfontworpen nasi naar binnen komt, geven vader en
vijfjarige Marianne gehoor aan de oproep. Keesje van
twee wordt door moeder in zijn kinderstoel gezet en de
maaltijd kan beginnen.
“Marianne, zeg maar hoeveel jij
lust”, zegt moeder uitnodigend. Met een afwerend
gezichtje gilt Marianne “ Stop” nog voordat er
rijst op haar bord ligt. Moeder laat de nasi die ze op de
lepel heeft in het bord glijden en deelt vervolgens verder.
Keesje krijgt een klein beetje en mag proberen om zelf te
eten. Vader en moeder hebben er beiden zin in. “Eet
smakelijk jongens!”
Dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Keesje stopt
een flinke hap in zijn mond, om het vervolgens terug te
laten vallen op zijn bord. Hij schept zijn lepel weer vol,
doet er nog wat nasi bij met zijn andere handje en leegt de
inhoud vervolgens via zijn mond weer op zijn bord. Marianne
bekijkt het mengsel op haar bord kritisch, vist er
heel precies alle rode stukjes uit en legt ze op het
tafellaken. "Deze hoef ik niet, rode dingetjes zijn vies",
meldt ze beslist.
“Jullie kunnen toch proberen om je bord leeg te
eten?” probeert moeder vriendelijk, maar als de
situatie zowel links als rechts van haar
niet verbetert wordt ze boos. " Jullie lusten nooit
iets, het heeft geen enkele zin om hier wat lekkers klaar
te maken!" “Ophouden met zeuren en
kliederen”, maant vader, “nu wordt er gewoon
gegeten”.
Moeder ontfermt zich vervolgens over Keesje, terwijl vader
de lepel van Marianne overneemt. Als de "hulp" van beide
ouders tot een nog grotere kliederboel leidt geven ze het
op; voorlopig wordt er niets nieuws geprobeerd en wordt
kindereten vooral voorzien van een flinke schep
appelmoes.
|
|
Maar het blijft
natuurlijk jammer voor vader en moeder zelf en het zal nog
wel even duren voor deze kinderen uit zichzelf gezellig
iets nieuws proberen. Appelmoes bevordert wellicht de
huisvrede, maar voor de ontwikkeling van smaak is het
belangrijk dat kinderen ervaring opdoen met wat de pot
schaft. Voor die ervaring is een hap eten per maaltijd
voldoende; regelmatig een hapje geeft minder weerstand en
een beter eindresultaat, dan volledige porties die in de
vuilnisbak eindigen. De maaltijd kan vervolgens
aangevuld worden met andere ingrediënten.
Eetgedrag vormt een ander, maar even belangrijk onderdeel
van de maaltijd. Ouders kunnen hierbij een goed voorbeeld
geven, en dit aanvullen met enige duidelijk regels. Wat je
in je mond stopt dat slik je door; uitspugen doen we niet.
Sorteren mag, maar we leggen geen eten op het tafellaken;
alle spulletjes op je bord houden. Over hulpverlening kun
je met een vijfjarige aan het begin van de maaltijd
afspraken maken. " Zullen we dat ene hapje samen doen, dan
kan je het daarna verder zelf". Naar een tweejarige toe kun
je verstandiger zelf bepalen welk gedeelte met hulp gebeurt
en wat zelfstandig mag.
Als een gerecht zich niet zo leent voor “gezellig
samen eten” kunnen de kinderen van tevoren een
maaltijd krijgen die bij hen past. Vader en moeder kunnen
dan wat later van hun eigen maaltijd genieten. Voor vader,
moeder, Marianne en Keesje zullen de maaltijden met deze
regelas en gebruiken heel wat minder strijd opleveren zodat
er wel smakelijk gegeten kan worden.
Gerien van der
Stam
GZ-Psycholoog
|