“Het zou leuk zijn als haar werk ook eens af
kwam”, verzucht de juf van groep 3 over haar
leerlingetje Wendy. “Ik weet dat ze goed leest,
dus mag ze vast meedoen met zelfstandig lezen en
opdrachtjes maken, maar misschien kan ze dat ook niet
echt”. Schrijven vindt ze bovendien moeilijk; ze
kan het eigenlijk niet en ze doet er ook haar best niet
op. Laatst, toen juf haar wees op haar onleesbare
krabbels, reageerde Wendy met “waarom moet ik
schrijven, je kan toch printen?” Discussies zijn
eindeloos, Wendy heeft altijd net een andere uitleg
klaar en weet de regels naar haar hand te zetten. Werk
niet af betekent in de pauze binnenblijven, maar juf
had toch ook gezegd dat buiten spelen zo gezond was?
Nee, ze is niet echt lastig, als je haar maar met rust
laat. Maar juf weet dan niet zeker of ze voldoende
leert en niet de hele dag lekker in haar eigen
droomwereldje verblijft.
Tijdens een gesprek op school kunnen de ouders dit
beeld van hun dochter wel bevestigen en ze voegen er
aan toe dat Wendy eigenlijk ook weinig durft. Op
zwemles doet ze haar hoofd niet onder water en omdat ze
er zoveel problemen over bleef maken is ze van zwemles
af gegaan. Fietsen zonder zijwieltjes heeft ze lang
niet gedurfd, tot ze er per ongeluk achter kwam dat ze
het best kon. Bovendien hebben de ouders de indruk
gekregen dat ze niet graag naar school gaat. Toen
moeder haar tijdens het avondeten eens vroeg wat ze op
school het allerleukste vond antwoordde Wendy na even
denken, ”Nou, de pauze, als ik naar buiten mag
tenminste”. Toch maar laten testen besluiten juf
en ouders eensgezind, om eens te bekijken wat ze nu
eigenlijk kan en hoe ze Wendy eventueel verder kunnen
helpen.
En zo maak ik kennis met een glunder meisje, dat er die
ochtend echt zin in heeft. Ze werkt vlot, heeft plezier
in nieuwe opdrachtjes, maar maakt het zich soms
ingewikkelder dan nodig is. Tijdens een
geheugenopdracht krijgt ze een aantal namen te horen,
die ze later mag herhalen. De test geeft haar twee
mogelijkheden, maar ze gebruikt er slechts
één. Als een taak om herhaling vraagt
reageert ze wat verbaasd met “we hebben dit toch
al gedaan?”. Ze is best bereid om het nog even
voor mij te herhalen, maar ik kan me voorstellen dat ze
zich niet altijd zo lijdzaam opstelt. Aan het eind van
de ochtend legt ze me uit waarom ze haar hoofd niet
onder water kan doen. Dan komt het water in die zwarte
gaatjes van haar ogen en daarna loopt haar hoofd
vol.
|
|
Wendy blijkt
hoogbegaafd te zijn; haar intelligentiescore ligt volgens
de test die ze gedaan heeft veel hoger dan die van de
meeste leeftijdsgenootjes. Daardoor denkt Wendy anders
dan de anderen, gaat ze anders met leerstof om en krijgen
opvoedkundige regels soms een andere betekenis. Op een
open vraag bedenkt Wendy minstens tien verschillende
antwoorden terwijl klasgenootjes een keuze maken uit
twee, hooguit drie mogelijkheden. Zo duurt het voor Wendy
langer voor ze tot beantwoording van de vraag overgaat en
komt ze regelmatig met een antwoord dat door de rest als
fout wordt ervaren omdat ze haar manier van denken niet
goed kunnen volgen. Ze ziet gevaar, waar anderen zich dit
niet realiseren en is dus heel voorzichtig geworden.
Omdat ze zich regelmatig onbegrepen voelt, anders dan
anderen, bewaart ze veel van haar denkbeelden binnen een
eigen droomwereldje, waar ze zich regelmatig in
terugtrekt als de echte wereld minder prettig is. School
is zo niet leuk, maar kan dat misschien weer worden als
juf zich realiseert dat Wendy behoefte heeft aan een
andere manier van leren, die haar ruimte geeft om
creatief te denken en zich vast te bijten in problemen,
maar die er niet vanuit gaat dat ze alles altijd al kan
en nooit fouten maakt. Ook hoogbegaafde kinderen leren
met vallen en opstaan en hebben daarbij de begeleiding
van hun juf of meester hard nodig.
Gerien van der Stam
GZ-Psycholoog (NIP)
|