“Nou, ik ga hoor, tot straks” klinkt het
vanuit de keuken en zo denkt mijn dertienjarige
dochter zich vlot uit de voeten te maken. Helaas
heeft haar moeder net even tijd over, zodat ze voor
vertrek tekst en uitleg mag geven over het doel van
de reis en de gesteldheid van haar dagelijkse
verantwoordelijkheden. Ze gaat even met twee
vriendinnen samen naar de stad en dat had ze op
school al afgesproken. Of haar huiswerk af is? Nou,
prima in orde natuurlijk. Ik moet me vooral geen
zorgen te maken, dat heeft ze liever niet. Als ik het
niet erg vind dan moet ze nu toch echt gaan. Je aan
een afspraak houden en op tijd komen zijn toch
belangrijke principes in het leven, herinnert ze zich
nu uit een vorige discussie. Ze wil me nog wel
beloven dat we het gesprek over haar huiswerk voort
kunnen zetten als ze weer terug is uit de stad en dat
er dan nog een hele avond beschikbaar zal zijn voor
mogelijke aanvullingen en correcties van mijn
kant.
Ze stapt goed gehumeurd de deur uit en ik heb er
voorlopig vrede mee. Nu beslist willen doorvragen en
controleren was de stemming en de mogelijke
samenwerking niet ten goede gekomen. Als ze net voor
etenstijd terug is uit de stad, pak ik het onderwerp
weer op. Afspraken worden immers nagekomen en deze
heb ik nog niet vergeten. Ze heeft weinig werk
op voor morgen, wat maakwerk en zo. Als ik wat meer
interesse toon in “en zo” ontstaat
de eerste lichte irritatie en de tocht naar boven om
een agenda te halen verloopt luidruchtig. Ze moppert
hoorbaar over waar ik me eigenlijk mee bemoei en
heeft daar volgens mijn eigen goedbedoelde raad, die
ik regelmatig aan ouders met dit soort problemen
uitdeel, ook gelijk in. Nu is goede raad opvolgen
niet mijn sterkste kant en houd ik graag vast aan een
reeds ingeslagen weg.
|
|
Ze blijkt enige
bladzijdes met Duitse woordjes te moeten kennen en moet
even zoeken voor ze die gevonden heeft. Nee, ze heeft het
wel geleerd hoor en ze kent het ook, bovendien is het
geen proefwerk, misschien hooguit een SO (schriftelijke
overhoring) en dat telt niet zwaar. Maar het kan dus wel
meetellen geef ik aan en dan hoop ik maar dat je het echt
zo goed kent. Als ik haar niet wil geloven dan moet ik
haar maar overhoren, dan zal ik het zelf zien daagt ze me
uit. Ze heeft alle tijd voor mij na het eten en ze weet
ook dat woordjes overhoren niet echt mijn hobby is. Ooit
zijn er heel wat Duitse, Franse en Engelse woordjes langs
en door mijn hoofd getrokken, maar hun invloed op mijn
huidige bestaan is gering gebleken. Toch offer ik mij in
het kader van een onverstandig ingezette discussie op in
de vage hoop dat ze er meer van kent dan ik nu
vermoed.
De eerste drie woordjes is ze net even kwijt, dat kan
gebeuren. Als ze de volgende ook niet weet blijk ik toch
echt precies die woorden te vragen die ze lastig vindt,
ik heb daar gewoon een neus voor. Ik besluit ons beiden
een plezier te doen en mijn pogingen te staken. Huiswerk
is inderdaad haar verantwoordelijkheid en die neem ik
eigenlijk voor geen goud van haar over. Pas als ze
regelmatig met slechte cijfers komt zouden we eens kunnen
praten over oorzaken, gevolgen en verantwoordelijk
gedrag. Ik ben benieuwd hoe het morgen met ons Duits
afloopt, maar heb ook wel vertrouwen in haar. Ze komt er
wel, met of zonder Duitse woordjes.
Gerien van der Stam
GZ-Psycholoog (NIP)
|