01 maart 2010

Fouten toegeven

Ze zitten er al weer bijna op, de winterspelen, maar ik heb er volop van genoten. Een bijzondere tien kilometer schaatsen was het zeker; je zult het maar allemaal ondergaan, coach of schaatser. Een ingrijpende gebeurtenis voor de onderlinge relatie, die mij lastig leek te herstellen. Met heel veel bewondering heb ik daarna de reacties gevolgd van schaatser en coach. Hoewel er duidelijk signalen waren dat de coach de daadwerkelijke fout beging; het verwijzen naar een verkeerde baan, werd dat pas volkomen helder toen hij het zelf toegaf. “Hij was een beetje dom”, zou Máxima gezegd hebben. Een gevleugelde uitspraak, die destijds de eventuele consequenties van een misstap die onze kroonprins beging behoorlijk heeft kunnen beteugelen. Toch lijkt het model van fouten-ruiterlijk-toegeven lang niet zo vaak te worden gehanteerd als dat van redden-wat-er-te-redden-valt. Streven naar perfectie staat dit wellicht in de weg. We bedoelen het goed, vinden van ons zelf dat we ons best doen en oordelen dat het onoverkomelijk is geweest. Dat rechtvaardigt het idee dat er geen sprake kan zijn geweest van een fout, maar eerder van een misverstand. Iets als “Ik bedoel natuurlijk niet dat jij de verkeerde baan kiest, dat heb je uiteindelijk zelf gedaan”. Er ontstaat al snel gedeeltelijke ontkenning van eigen gedrag uit zelfbescherming, met als doel gedeelde verantwoordelijkheid. Een misverstand ligt immers aan beiden, terwijl een fout eenzijdig begaan wordt. Een misverstand voelt op de korte termijn vooral voor degene die “de fout” eigenlijk heeft begaan heel redelijk en leidt vaak wel tot iets als “Zand erover, we laten het zo”. Onder al dat zand zal echter de onzekerheid over de toedracht blijven liggen, waardoor de relatie toch een deukje, of soms zelfs een hele stevige beschadiging oploopt. Het ruiterlijk toegeven van een fout zal op de langere termijn veel meer opleveren. Het kan vergeven worden, waarmee daadwerkelijk herstel van vertrouwen tot stand komt.


Gerien