Ze zitten er al weer
bijna op, de winterspelen, maar ik heb er volop van genoten.
Een bijzondere tien kilometer schaatsen was het zeker; je
zult het maar allemaal ondergaan, coach of schaatser. Een
ingrijpende gebeurtenis voor de onderlinge relatie, die mij
lastig leek te herstellen. Met heel veel bewondering heb ik
daarna de reacties gevolgd van schaatser en coach. Hoewel er
duidelijk signalen waren dat de coach de daadwerkelijke fout
beging; het verwijzen naar een verkeerde baan, werd dat pas
volkomen helder toen hij het zelf toegaf. “Hij was een
beetje dom”, zou Máxima gezegd hebben. Een
gevleugelde uitspraak, die destijds de eventuele
consequenties van een misstap die onze kroonprins beging
behoorlijk heeft kunnen beteugelen. Toch lijkt het model van
fouten-ruiterlijk-toegeven lang niet zo vaak te worden
gehanteerd als dat van redden-wat-er-te-redden-valt. Streven
naar perfectie staat dit wellicht in de weg. We bedoelen het
goed, vinden van ons zelf dat we ons best doen en oordelen
dat het onoverkomelijk is geweest. Dat rechtvaardigt het idee
dat er geen sprake kan zijn geweest van een fout, maar eerder
van een misverstand. Iets als “Ik bedoel natuurlijk
niet dat jij de verkeerde baan kiest, dat heb je uiteindelijk
zelf gedaan”. Er ontstaat al snel gedeeltelijke
ontkenning van eigen gedrag uit zelfbescherming, met als doel
gedeelde verantwoordelijkheid. Een misverstand ligt immers
aan beiden, terwijl een fout eenzijdig begaan wordt. Een
misverstand voelt op de korte termijn vooral voor degene die
“de fout” eigenlijk heeft begaan heel redelijk en
leidt vaak wel tot iets als “Zand erover, we laten het
zo”. Onder al dat zand zal echter de onzekerheid over
de toedracht blijven liggen, waardoor de relatie toch een
deukje, of soms zelfs een hele stevige beschadiging oploopt.
Het ruiterlijk toegeven van een fout zal op de langere
termijn veel meer opleveren. Het kan vergeven worden, waarmee
daadwerkelijk herstel van vertrouwen tot stand komt.
Gerien