Ze wilde zo verschrikkelijk
graag weten wat haar nog te wachten zou staan dat ze er een
bijzondere ervaring voor over had. Ze ging op bezoek bij een
paragnost. Wat ik daarvan vond? Nou, ik ben nieuwsgierig genoeg!
Bovendien heb ik evenmin zekerheid in dit leven als zij, maar wel
het besef dat we als mensen qua waarneming afhankelijk zijn van
onze zintuigen. We zien, horen, ruiken, proeven en voelen niet
allemaal gelijk. Een hond hoort wat wij niet horen omdat hij
andere oren heeft. Zo kan iemand iets zien wat de meeste anderen
niet zien. Het is dan minder belangrijk om vast te stellen dat
het afwijkend is en dat de meesten dit met mij eens zullen zijn;
feit blijft wel dat hij iets ziet wat ik niet zie en dat is
boeiend. Blijft dus haar vraag of ze er wat mee opschiet, met die
paragnost. In ieder geval is ze er na afloop heel positief over,
hij wist veel. Meteen al aan het begin gaf hij aan dat hij heel
veel onzekerheid bij haar voelde. Mijn wat nuchtere constatering
was, dat mensen die heel erg zeker van zichzelf zijn misschien
niet naar een paragnost zouden gaan, zodat de kans wel erg groot
zou zijn dat er een onzeker persoon bij hem plaats zou nemen. Hij
had ook aangegeven dat de psycholoog die haar hielp (ik dus) niet
veel op had met paragnosten. Oké, ik ben kritisch, maar
zeker niet op voorhand afwijzend. Ik heb misschien meer op met
paranormale verschijnselen dan hij blijkbaar vermoedt. Dat de
toekomst voor ons verborgen blijft lijkt mij goed; weten wat
gebeuren zal maakt het lastig om het heden onbevangen te beleven.
Een vorm van zekerheid is daarbij wel degelijk gegeven; donker en
licht wisselen elkaar af, zo ook goede en minder goede tijden.
Als het tegen zit weet je dat het op enig moment ook weer mee zal
zitten. Als je hierop kunt vertrouwen is het hoe en wanneer van
ondergeschikt belang.