Vaderlijk contact

Belt een vader die zijn twee tieners aan komt melden voor begeleiding want, “Ik denk dat het helemaal niet zo goed met ze gaat”, zo meldt hij. Bijzonder wat mij betreft, meestal heb ik ondanks alle emancipatie vooral met moeders te maken als er een kind wordt aangemeld. En dan zijn het hier zelfs twee kinderen tegelijk; ik nodig deze vader dan ook uit op gesprek om zijn aanmelding toe te lichten. Hij blijkt gescheiden, al twee jaar, en de kinderen wonen bij zijn ex. Het contact met hen heeft sinds de scheiding nooit gelopen en hij heeft ze nu al ruim een half jaar helemaal niet meer gezien. Aangezien ze dertien en vijftien zijn hoeven ze ook niet verplicht bij hun vader op bezoek te komen, vanaf twaalf jaar hebben kinderen daar zelf een stem in. Deze kinderen groeien nu dus op zonder contact met hun vader. Die kan zich niet voorstellen dat ze hem gewoonweg kunnen missen, dat zijn bijdrage in hun opvoeding volkomen overbodig is en dat er later nooit spijt zal zijn van gemiste kansen. Hij vindt dan ook dat zijn kinderen hulp nodig hebben. Op mijn vraag hoe we dat dan vorm kunnen geven blijft hij het antwoord schuldig, hij hoopt eigenlijk dat ik daar een mogelijkheid voor kan aandragen.

Doorvragend over de scheiding geeft vader aan dat er ongelukkige jaren  aan vooraf gingen. Praten met zijn ex lukte niet, gezamenlijke therapie bracht ook geen verbetering en uiteindelijk heeft hij besloten dat hij zonder haar verder wilde gaan. Hij dacht toen dat zij het eens was met die beslissing, maar hij heeft later het gevoel gekregen dat ze toch heel boos op hem is. De kinderen hebben hem direct na de scheiding laten weten dat hij het gezin in de steek had gelaten. Hij vindt niet dat dit zo is, maar heeft er toen niets op geantwoord. Behalve verdrietig voelt hij zich nu ook onzeker; had hij zijn kinderen meer over de scheiding moeten vertellen of was zijn houding toen juist verstandig. Hij weet het niet meer en voelt zich volkomen machteloos staan tegenover twee tieners die niets meer van hem willen weten en…. dat blijkbaar ook niet hoeven.

 

Dat laatste frustreert niet alleen hem, maar mij soms ook. Een twaalfjarige staat aan het begin van een belangrijke ontwikkelingsfase met allerlei nieuwe gevoelens, gedachten en ervaringen; de puberteit. Enige veiligheid en geborgenheid komt in al die onrust goed van pas, al zal een puber dat zelf ten stelligste ontkennen. Al of niet contact wensen met één van je ouders is wel heel veel verantwoordelijkheid op nog erg jonge schouders. Kinderen, ook pubers, hebben gevoelens van loyaliteit naar hun beide ouders toe. Die gevoelens kunnen in de knel komen en verdeeld raken naar aanleiding van een scheiding. Ze maken vooral de frustratie en het verdriet mee van de ouder bij wie ze het meest verblijven. In hun nog redelijk zwart - wit gekleurde beleving van de situatie is de andere ouder “de schuldige”. Afstand nemen van de scheiding, omdat het zich tussen ouders afspeelt, lukt nog niet. Pas tijdens een beginnende volwassenheid kan alles in een breder perspectief geplaatst worden, maar dan zijn er al veel kansen op vaderlijk contact verloren gegaan.

Ik kan deze vader dan ook slechts de schrale troost bieden dat zijn kinderen later zullen bijdraaien, als ze in staat zijn om op een volwassen wijze terug te kijken op de scheiding van hun ouders. Tot dat moment raad ik hem aan zijn kinderen regelmatig te laten weten dat hij er voor ze kan en wil zijn, maar dat hun weigering wordt gerespecteerd.

Gerien van der Stam
GZ-Psycholoog (NIP)