Hechting

Ieder mens start zijn leven als een klein, hulpeloos, afhankelijk wezentje, dat niet anders kan dan huilen als het zich niet plezierig voelt. Een baby vertrouwt er dan ook volkomen op dat huilen een reactie oproept bij zijn omgeving. Iemand zal zich over hem ontfermen en het ongemak proberen te verhelpen. Al vroeg herkent een baby dat het telkens om dezelfde mensen gaat, het onderscheidt de vertrouwde gezichten van zijn ouders en eventuele vaste verzorgers.

Vertrouwen is de basis van hechting
Dit allereerste vertrouwen vormt een belangrijke basis voor ons verdere bestaan. Het maakt dat we als kinderen en later als volwassenen in staat zijn om daadwerkelijk onvoorwaardelijk vertrouwen te stellen in een medemens. Als je afhankelijk kunt zijn vind je het belangrijk dat een ander ook op jou kan rekenen. Zo ontstaat een wederzijds gevoel van verantwoordelijkheid, de basis voor een geweten. Uitgangspunt is dan niet alleen het eigen genot en voordeel, maar ook dat van anderen.

Geschonden vertrouwen
Als dat eerste vertrouwen geschonden wordt leert een kind dat het er in het leven alleen voorstaat. Het leert dat het vooral voor zichzelf moet zorgen want, zo is al vroeg gebleken, een ander doet het niet. Deze kinderen gaan in hun verdere leven uit van een simpel lust/onlust principe. Ze doen wat ze prettig vinden en vermijden lastige consequenties. Dit stelt de opvoeding voor een gecompliceerde taak. Enerzijds moeten er heel consequent grenzen worden aangegeven en vooral bewaakt. Anderzijds is het van belang om contact aan te gaan en te onderhouden met een kind dat voortdurend uitprobeert en afwijst. Dit kind zal er alles aan doen om zichzelf en zijn omgeving te bewijzen dat de medemens onbetrouwbaar is en je op enig moment in je leven toch weer in de steek zal laten.

Onthechting of een verstoorde hechting
Als er sprake is van onthechting is dit proces waarschijnlijk onomkeerbaar en wordt opvoeden tot een zelfstandig en vooral gewetensvol handelende volwassene een onhaalbaar doel. Veel vaker hebben we echter te maken met een verstoorde of onveilige hechting, waarbij er weliswaar schade is aangebracht in dit proces, maar ook nog steeds mogelijkheden tot hechting aanwezig zijn. Vroegtijdig onderkennen van deze problematiek is daarom van groot belang. Hoe eerder met een poging tot herstel gestart wordt, hoe beter.

Symptomen van hechtingsproblematiek
Signalen van eventuele hechtingsproblematiek liggen opgesloten in de historie van het kind, maar worden zichtbaar door heel vrij gedrag, waarbij een jong kind zich overal in extreme mate thuis voelt, vreemde ruimtes zonder schroom verkent, aangeeft dat het ergens na iets lekkers te hebben gekregen wel willen blijven wonen. Het tegenovergestelde kan echter ook getoond worden, waarbij een kind extreem angstig reageert, absoluut niet bij moeder weg wil, zelfs op de basisschool of middelbare school tot schoolfobisch gedrag komt. Veelvoorkomend gedrag bij oudere kinderen is het zich totaal niets laten zeggen en niet laten aansturen. Het kind trekt zich niets aan van regels, gaat totaal zijn eigen gang, toont eventueel crimineel gedrag, schuwt geweld niet. Als gevraagd wordt waarom het kind eventueel iets niet weer zal doen heeft het antwoord vooral te maken met de negatieve consequenties die volgden, nooit met overlast die anderen van dit gedrag hebben ondervonden.

Situaties met hechtingsproblematiek
Hechtingsproblematiek doet zich regelmatig voor bij kinderen die na een moeizame start in hun leven geadopteerd zijn. Verder doet zich deze problematiek voor bij kinderen die in hun eerste levensjaar een traumatische ervaring hebben opgedaan of kinderen die een periode van verwaarlozing meegemaakt hebben. Moeizame situaties thuis vormen soms ook een grondslag voor mildere uitingen van hechtingsproblematiek. Hulpverlening zal zich altijd richten op de totale gezinssituatie, zowel ouders als kind en misschien in mindere mate eventuele andere kinderen binnen het gezin.