Rouwverwerking

Ieder kind krijgt met de dood te maken. Het kan daarbij gaan om een vogel, een huisdier, iemand uit de straat, een oma, een van de ouders of om een broertje of zusje. Voor volwassenen kan het heel moeilijk/verwarrend zijn als kinderen zonder duidelijke aanleiding met onverwachte vragen over de dood komen. Het kan ook goed voorkomen dat kinderen helemaal niet reageren op een sterfgeval uit de omgeving. Veel ouders/opvoeders weten te weinig over wat dood in een kinderleven betekent. Dit kan leiden tot misverstanden en onbegrip waar een kind lange tijd (soms zijn hele leven) last van kan houden.

Definitie van rouw
Wanneer we het hebben over ‘rouwen’ bedoelen we een proces waarbij iemand langzaam leert omgaan met het verdriet, de pijn, de angst, de woede en het schuldgevoel veroorzaakt door de dood van een dierbare persoon.

Rouwverwerking bij kinderen
Je kunt bij een kind zien dat hij over het algemeen minder goed in staat is dan een volwassene om pijn en verdriet wat langer te verdragen. Er speelt echter nog wat meer. Een kind laat zich ook eerder afleiden en leeft meer in het hier en nu. Hij kan op het ene moment heel verdrietig zijn en op een ander moment weer vrolijk buiten spelen. Dit leidt bij de omgeving nogal eens tot onbegrip. Verder reageert een kind vaak met allerlei symptomen op de dood van een ouder wat sterk lijkt op de symptomen van een ‘neurotisch conflict’. Het kind kan denken dat de andere ouder hem ook zal verlaten en daardoor moeilijk in slaap kunnen komen of claimend gedrag vertonen. Het kind kan ook overdreven hard gaan werken of extra helpen, omdat het schuldgevoelens heeft over zijn aandeel in de dood van de geliefde. Het kind kan daarbij opstandig gedrag gaan vertonen, wat kan komen door een verlangen om bij de overleden persoon te kunnen zijn. Slechte schoolprestaties kunnen wijzen op een ‘niet begrijpen’. Helaas worden de genoemde symptomen lang niet altijd opgevat als uitingen van rouw, wat heel nadelig voor het kind kan zijn.

Rouwverwerkingsfasen
Over het algemeen zijn er bij kinderen grotendeels dezelfde fasen/patronen te herkennen, namelijk:
  • Schok;
  • Desoriëntatie en desorganisatie;
  • Ontkenning;
  • Opstandigheid, verzet;
  • Aanvaarding;
  • Integratie.
Het is niet mogelijk om te zeggen in welke fase een kind, waarvan de ouder/een ander dierbaar iemand overleden is, na een bepaalde tijd zit. Een jaar na het overlijden kan het kind bijvoorbeeld in fase 5 zitten, maar dat hoeft niet. Uit onderzoek is wel gebleken dat door adequate hulp een kind de fasen beter kan doorlopen.

Uiting van rouw
Kinderen uiten rouw niet alleen gedragsmatig, er kunnen zich ook allerlei lichamelijke kenmerken voordoen. Bekend zijn slapeloosheid, slecht eten, bedplassen, duimzuigen, buikpijnklachten. Deze klachten verdwijnen weer naarmate het rouwproces vordert.

Hulp bij rouwverwerking
Sta als ouder en begeleider open voor gesprek, maar forceer dit niet. Betrek het kind overal bij, geef open en eerlijk informatie, ook over eventuele eigen gevoelens van verdriet. Respecteer de nuchterheid en afstand die een kind op enig moment toont, het kan dit nodig hebben als bescherming tegen emotie die te veel, te heftig is.